
Tracéstudie Randweg Boekel
Toetsingsadvies over het milieueffectrapport
18 november 2009 / rapportnummer 2139-64
1. OORDEEL OVER HET MER
Burgemeester en wethouders van de gemeente Boekel en Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant willen een randweg om de bebouwde kom van Boekel realiseren. Voor deze randweg is een wijziging in het bestemmingsplan nodig. Ter onderbouwing van de besluitvorming over het bestemmingsplan
is een milieueffectrapport (MER) opgesteld. De gemeenteraad van Boekel is bevoegd gezag.1
De Commissie is van mening dat de in het MER beschreven problemen de doelstelling en het nut en de noodzaak van de voorgenomen randweg in beperkte mate onderbouwen. Het MER maakt niet duidelijk of maatregelen zonder aanleg van een randweg mogelijk even kansrijk zijn, zonder dat deze gevolgen hebben voor het buitengebied. De Commissie acht het ontbreken van deze maatregelen navolgbaar omdat zij niet aan de lokale en regionale doelstellingen voldoen. Het MER bevat naar het oordeel van de Commissie voldoende informatie om aan te tonen dat de onderzochte alternatieven een oplossing bieden voor de in het MER beschreven problemen. De milieugevolgen van deze alternatieven zijn compleet en overzichtelijk in beeld gebracht. De essentiële informatie voor de besluitvorming is in het MER aanwezig.
Uit de effectbeschrijving blijkt dat de alternatieven verkeer uit de kern halen, maar ook tot nieuwe problemen in het buitengebied zullen leiden: toename van geluidhinder in het buitengebied, doorsnijding van buurtschappen, aantasting van landschappelijke en natuurlijke waarden en verlies en doorsnijding
van landbouwareaal. De Commissie vraagt in de verdere besluitvorming aandacht voor maatregelen
zonder aanleg van een randweg met minder gevolgen voor het buitengebied. De onderbouwing van het nut en de noodzaak en de aard van de lokale problematiek zou een nadere beschouwing van deze maatregelen als kansrijk alternatief en basis voor het meest milieuvriendelijk alternatief rechtvaardigen. In hoofdstuk 2 wordt het oordeel van de Commissie nader toegelicht. In hoofdstuk 3 worden aanbevelingen gedaan voor het vervolgtraject.
1 Voor de samenstelling van de werkgroep van de Commissie m.e.r., haar werkwijze en verdere projectgegevens,
zie bijlage 1 bij dit advies. Projectgegevens en bijbehorende stukken, voor zover digitaal beschikbaar, zijn ook te
vinden via www.commissiemer.nl onder adviezen. Voor een lijst met alle zienswijzen wordt verwezen naar
bijlage 2.
2. TOELICHTING OP HET OORDEEL
2.1 Het nut en de noodzaak - probleemanalyse
Lokaal
De lokale doelstelling om wegen door het centrum van Boekel niet hoger te belasten dan 6.000 motorvoertuigen per etmaal is niet nader onderbouwd. Het MER bevat geen aparte probleemanalyse. De analyse van de referentie
situatie geeft wel inzicht in de verkeersgerelateerde problematiek, hieruit blijkt dat:
· verkeersproblemen niet erg groot zijn. Enkel in het noordelijke deel van de Kerkstraat en Julianastraat is er tijdens de avondspits kans op congestie;
· de leefbaarheidproblemen met oversteekbaarheid en ongevalrisico relatief gering zijn;
· er geen problemen met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn;
· geluidhinder in de kern van Boekel het voornaamste leefbaarheids knelpunt vormt.
Uit het MER is niet duidelijk in hoeverre kleinschaligere maatregelen een oplossing kunnen bieden voor geluidhinder en andere leefbaarheidproblemen in de kern van Boekel.
Regionaal
Het ontbreken van alternatieven die uit gaan van kleinschaliger maatregelen is verklaarbaar omdat deze niet voldoen aan de provinciale doelstelling om de N605 op te nemen als schakel in het regionaal verbindend wegennet. De regionale doelstelling is gebaseerd op het provinciale verkeers en vervoersplan
(PVVP), waarin de N605 is opgenomen als onderdeel van het regionaal verbindend wegennet (RVW).
Het MER geeft geen inhoudelijke argumentatie voor het nut en de noodzaak voor een doorgaande route op regionaal niveau.2 Daardoor is de keuze om een gebiedsontsluitingsweg met een maximum snelheid van 80 km/uur als uitgangspunt voor de tracéstudie te hanteren niet navolgbaar.
■ De Commissie is van mening dat de beschrijving van de lokale problemen slechts in beperkte mate een onderbouwing geven van het nut en de noodzaak van een randweg.3 De beschrijving van de lokale en regionale doelstellingen biedt geen onderbouwing van het nut en de noodzaak.
2.2 Bepaling aantal geluidgehinderden
In het MER is bij de bepaling van het aantal geluidgehinderden het aantal woningen geteld die een geluidbelasting hebben hoger dan 43 dB, in geluidklassen van 5 dB. Er is hierbij geen weging toegepast voor de verschillende geluidklassen. Het aantal geluidgehinderden is niet bepaald conform de systematiek uit bijlage II van het Besluit Omgevingsgeluid. Deze systematiek
2 Enkele insprekers geven aan dat de regionale onderbouwing ontbreekt zie zienswijzen 28, 32 en 35, bijlage 2.
3 Sommige insprekers stellen voor om geen randweg aan te leggen omdat het nut en de noodzaak niet
onderbouwd is, zie zienswijzen 35, 36, en 37, bijlage 2.
geeft een percentage aan van het aantal gehinderden bij een specifieke geluidklasse. Met behulp van deze systematiek kan een betere, gewogen (realistischer) beoordeling van de alternatieven worden gemaakt onder andere in relatie tot de huidige en referentiesituatie. Met name voor het aspect geluidreductie in de kern van Boekel (beperkte reductie bij een hoge geluidbelasting) versus geluidtoename in het buitengebied (grote toename bij een relatief lage
geluidbelasting) is een gewogen beoordeling van belang.
■ De Commissie adviseert voorafgaand aan de besluitvorming over de randweg het
aantal geluidgehinderd en conform voornoemde systematiek te bepalen en te betrekken
in de besluitvorming.
2.3 Alternatieven
Het MER toont aan dat de alternatieven het doorgaand verkeer uit de kern van Boekel halen en dat daarmee de leefbaarheids problemen af zullen nemen. De randwegalternatieven leiden echter tot nieuwe leefbaarheids problemen in het buitengebied. Belangrijke problemen zijn daarbij zijn:
· de toename van leefbaarheids problemen (zoals geluidhinder) in het buitengebied;
4
· doorsnijding van buurtschappen;5
· aantasting van landschappelijke en natuurlijke waarden zoals historische
groenstructuren;6
· verlies en doorsnijding van landbouwareaal.7
De Commissie is van mening dat de beschreven problematiek een onderzoeknaar kleinschaligere oplossingen dan de aanleg van een randweg rechtvaardigt.8 Deze kleinschalige oplossingen zouden enkel gericht moeten zijn op het beperken van leefbaarheidproblemen zoals het verbeteren van de oversteekbaarheid en beperken van geluidhinder zonder dat daarvoor een randwegaangelegd wordt. Mogelijke voorbeelden hiervan zijn de toepassing van stiller asfalt, veilige oversteekplaatsen en maatregelen die de doorstroming van het verkeer in de kern verbeteren.
Kleinschaligere oplossingen voor leefbaarheids problemen zullen niet voldoen aan zowel de lokale- (6000 mvt per etmaal) als de regionale doelstelling. De Commissie beschouwt het ontbreken van deze kleinschaligere oplossingen daarom niet als een essentiële tekortkoming in het MER. In combinatie met
de conclusies over het nut en de noodzaak van de randweg (zie § 2.1) zijn deze maatregelen wel een belangrijk aandachtspunt in de besluitvorming.
■ De Commissie adviseert om bij besluitvorming rekening te houden met de kanttekeningen
bij de onderbouwing van het voornemen en de beschouwde alternatieven.
4 Veel insprekers zijn van mening dat de alternatieven zullen leiden tot een verplaatsing van
leefbaarheidsproblemen van de kom van Boekel naar het buitengebied, zie zienswijzen 3, 6, 7, 14, 16, 22, 30,
35, 36, 37, bijlage 2.
5 Verschillende insprekers zijn van mening dat de doorsnijding van oude buurtschappen te groot is ten opzichte
van de problemen die de alternatieven oplossen, zie zienswijzen 4, 9, 14, 20, 30, 32, 40, bijlage 2.
6 Verschillende insprekers geven aan dat de alternatieven een groot verlies aan landschappelijke en natuurlijke
waarden tot gevolg zullen hebben, zie zienswijzen 14, 20, 23, 34, 32, 40 en 51, bijlage 2.
7 ZLTO en andere insprekers constateren dat de alternatieven 2A en 2B veel verlies/doorsnijding van
landbouwgrond tot gevolg hebben, zie zienswijzen 5, 8, 9, 11, 13, 14, 16, 18, 23, 25, 26, 30, 34, 40, 42, 43 en
46, bijlage 2.
8 Enkele insprekers zijn van mening dat een randweg niet nodig is en dat de leefkwaliteit in Boekel op een andere
manier verbeterd moet worden door maatregelen op bestaande infrastructuur, zie zienswijzen 36 en 37, bijlage
2.
De conclusies uit het MER rechtvaardigen een nadere beschouwing van kleinschaliger
maatregelen zonder aanleg van een randweg.
2.4 Meest milieuvriendelijk alternatief (mma)
Uitgaande van de in het MER beschreven alternatieven heeft de Commissie de volgende opmerkingen over het mma.
Naast het Referentie-alternatief en alternatief 1 langs bestaande infrastructuur zijn in het MER 2 alternatieven ontwikkeld over een nieuw tracé: 2A en2B. Bij de beoordeling van de alternatieven 2A en 2B blijkt dat 2A als voorkeursalternatief naar voren komt, waarop ook in het mma wordt voortgebouwd.
Alternatief 2A heeft een belangrijk bezwaar, namelijk de doorsnijding van de buurtschap Zandhoek en de daarbij gelegen beplanting van onder andere een oud bosperceel.
Een beperkte tracéaanpassing of combinatie van alternatief 2A/2B kan het doorsnijden van buurtschap Zandhoek waarschijnlijk voorkomen zonder dat de milieugevolgen negatiever zullen zijn dan bij alternatief 2A. Een dergelijk alternatief zal naar verwachting van de Commissie ook beter voldoen als basis voor het mma. De effecten van dit alternatief hoeven niet nader te worden onderzocht omdat zij uit de effectbeschrijving van alternatief 2A en alternatief 2B afgeleid kunnen worden. Daarmee is er met betrekking tot het mma voldoende informatie in het MER aanwezig.
■ De Commissie acht de keuze voor het mma op basis van alternatief 2A voor discussie
vatbaar. De Commissie adviseert om bij de besluitvorming over het voorkeurstracé
(ter voorbereiding van het bestemmingsplan) de mogelijkheden van een tracéoptimalisatie
of combinatietracé 2A/2B te overwegen. De bouwstenen hiervoor zijn in het
MER beschreven.
BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing besluit-MER
Initiatiefnemer: college van burgemeester en wethouders van de gemeent Boekel
Bevoegd gezag: gemeenteraad van de gemeente Boekel
Besluit: wijziging in het bestemmingsplan
Categorie Gewijzigd Besluit m.e.r. 1994: C00.2 vrijwillig m.e.r.
Activiteit: aanleg/uitbreiding provinciale weg
Procedurele gegevens:
aankondiging start procedure in het blad Gemeente Boekel: 8 juli 2008 ter inzage legging startnotitie: 20 augustus 2008 tot en met 6 oktober 2008
adviesaanvraag bij de Commissie m.e.r.: 10 juli 2008
richtlijnenadvies uitgebracht: 27 oktober 2008
richtlijnen vastgesteld: december 2008
kennisgeving MER in het weekblad Boekel & Venhorst: 1 september 2009
ter inzage legging MER: 3 september 2009 tot en met 14 oktober 2009
aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.: 3 september 2009
toetsingsadvies uitgebracht: 18 november 2009
Samenstelling van de werkgroep:
Per project stelt de Commissie een werkgroep samen bestaande uit enkele deskundigen, een voorzitter en een werkgroepsecretaris. De werkgroepsamenstelling bij het onderhavige project is als volgt:
ir. B. Barten (werkgroepsecretaris)
ing E.H.A. de Beer
prof.dr.ir. F.M. Maas
ir. H. Otte
dr. D.K.J. Tommel (voorzitter)
Werkwijze Commissie bij toetsing:
Tijdens de toetsing gaat de Commissie na of het MER voldoende juiste informatie bevat om het milieubelang volwaardig mee te kunnen wegen in de besluitvorming. De Commissie gaat bij het toetsen uit van de wettelijke eisen voor de inhoud van een MER, zoals aangegeven in artikel 7.10 van de Wet milieubeheer en de vastgestelde richtlijnen voor het MER. Indien informatie ontbreekt, onvolledig of onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij dit een essentiële tekortkoming vindt. Daarvan is sprake, als aanvullende informatie in de ogen van de Commissie kan leiden tot andere afwegingen. In die gevallen adviseert de Commissie de ontbrekende informatie alsnog beschikbaar te stellen, alvorens het besluit wordt genomen. Opmerkingen over niet-essentiële tekortkomingen in het MER worden in het toetsingsadvies opgenomen, voor zover ze kunnen worden verwerkt tot duidelijke aanbevelingen voor het bevoegde gezag. De Commissie richt zich in het advies dus op hoofdzaken die van belang zijn voor de besluitvorming en gaat niet in op onjuistheden of onvolkomenheden
van ondergeschikt belang. Zie voor meer informatie over de werkwijze van de Commissie
www.commissiemer.nl op de pagina Commissie m.e.r.
Betrokken documenten:
De Commissie heeft de volgende documenten betrokken bij haar advisering:
· Gemeente Boekel, juni 2009. Milieueffectrapport Tracéstudie Randweg Boekel.
· Gemeente Boekel, juni 2009. Bijlagen Milieueffectrapport Tracéstudie Randweg Boekel.
· Provincie Noord-Brabant, 2006. Ontwerp Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan 2006-2020.
De Commissie heeft kennis genomen van de zienswijzen en adviezen, die zij van het bevoegd gezag heeft ontvangen. Dit advies verwijst naar een reactie als die nieuwe inzichten naar voren brengt over specifieke lokale milieuomstandigheden of te onderzoeken alternatieven. Een overzicht van de zienswijzen en adviezen is opgenomen in bijlage 2.
BIJLAGE 2: Lijst van zienswijzen en adviezen
1. Werkgroep De Vlonder namens ondernemingsvereniging Boekel, Boekel
2. R. Tielemans, Boekel
3. Groep Gedupeerde/Belanghebbende Gemertseweg/Mutshoek, Boekel
4. Buurtvereniging De Zandhoek, Boekel
5. Peter Bongers Quickhedge B.V., Boekel
6. M.A. Rambach en J.A.M. Rambach, Boekel
7. B. en P. Tiebosch, Boekel
8. Fam. van Doren, Boekel
9. Fam. van Laarhoven, Boekel
10. A.P.A.M. Wassenberg en G. Wassenberg-de Vries, Boekel
11. Bestuur ZLTO Boekel-Venhorst, Venhorst
12. Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Amersfoort
13. W. van Berlo, Boekel
14. H. van Boxmeer en A. van Boxmeer, Boekel
15. H. Aldenhuijsen, W. van Berlo, Bongers, G. Donkers, A. Hanenberg, M. Kohlmann,
J. van Zutven, Boekel
16. M.A.M. Kohlmann en J.E. Kohlmann-van Lankveld, Boekel
17. Rentmeesterskantoor Ceelen, Haren
18. Stichting Achmea Rechtsbijstand, namens A.E.O.M. Hanenberg en VOF Hanenbergvan de Steen, Erp
19. A. van Laarhoven-Rovers, Boekel
20. Van den Bosch, onbekend
21. Fam. Van den Hurk, Boekel
22. P. van Dijk, Boekel
23. Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie, namens A.E.O.M. Hanenberg, Erp
24. Stichting Achmea Rechtsbijstand, namens G.A. Meulemeesters, Boekel
25. ZLTO Vastgoed, namens E.H.M. Donkers en J.G.M. Donkers- van der Sanden,Boekel
26. Stichting Achmea Rechtsbijstand, namens VOF Bouwens- vd Ven, Tilburg
27. Stichting Achmea Rechtsbijstand, namens H.J.W. van Dijk, Veghel
28. H. Timmers en M. Timmers, Boekel
29. H.F.P. Penninx, Boekel
30. Fam. J. v.d. Crommenacker, Boekel
31. J. Donkers, Boekel
32. Fam. C.J.M. van den Bosch-van den Boom, Boekel
33. R.C.J.A. Claasse, Boekel
34. Stichting Achmea Rechtsbijstand, namens P.M.J. van den Hurk, Boekel
35. Bewoners Gemertseweg/Mutshoek, Boekel
36. P. van Dijk, Boekel
37. Fam. van Laarhoven, Boekel (aanvulling)
38. A.J.M. Bouwens, Boekel
39. Remie Fiscaal Juridisch Adviesbureau, namens Fam. Van Doren, Boekel
40. J.M. Leenders, Boekel
41. Bewoners Mutshoek, Boekel
42. ZLTO Vastgoed, namens Fam. Biemans, Tilburg
43. ZLTO Afdeling Boekel-Venhorst, Boekel
44. J. van Lankveld, Boekel
45. Milieustichting Boekel-Venhorst Duurzaam, Boekel
46. Goorts & Coppens Advocaten, namens VOF Van der Velden-Bongers, Boekel
47. Stichting Achmea Rechtsbijstand, namens Tielemans Groentekwekerij, Neerbroek
48. Goorts en Coppens Advocaten, namens Automobielbedrijf van Haandel, Deurne
49. E. Verbrugge en C. Verbrugge, Boekel
50. Achmea Rechtsbijstand, namens G. Donkers van Donkers Champignons B.V.,Boekel
51. H. van Lankveld, Boekel
52. A.P.J.G. van den Elzen en S.A.W.L. van den Elzen-Verhoeven, Boekel
Toetsingsadvies over het milieueffectrapport
Tracéstudie Randweg Boekel
De gemeente Boekel en de provincie Noord-Brabant willen een randweg om de bebouwde kom van Boekel realiseren. Voor deze randweg is een wijziging in het bestemmingsplan nodig. Ter
onderbouwing van de besluitvorming over het bestemmingsplan is een milieueffectrapport (MER) opgesteld. De gemeenteraad van Boekel is bevoegd gezag.
ISBN: 978-90-421